MUZIEK EN ZANG HEBBEN STEEDS EEN GROTE

ROL GESPEELD BIJ DE VIERINGEN IN ONZE KERK…

 

Ons kerkinstrument  HET ORGEL

 

 

 

Wanneer gy ’t vyf en twintig paar registers uit het orgel trekt

daar elk bij beurten, voor en naar ons voor een andre toon verstrekt;

dan hoort men harp, en veel en luit en lier, en hol-pijp, cytter, fluit

en noch veel andre toonen meer, die kunstig ondereen gestrikt

gelijk een helder zomer-weer het dompig hert des mensch verquikt

Hoe zoet, hoe lieflijk streelt uw hand, klaauwier, en stek, en heele maat!

Hoe zuiver eel dreunt uw tramblant In 't oor van die de kunst verstaat!

 

( J. Dullaert )

 

 

 

 

Weer even duiken in het verleden…

 

Op 14 oktober 1895 werd onze kerk ingewijd door zijne Eminentie Kardinaal Aartsbisschop Goossens. De plechtigheid begon om 8 uur en eindigde om 12.30 uur…? ! De mis werd gezongen door Z.E.Hr. Roucourt, pastoor – deken van Berchem.

Tien jaar later in september 1905 wil de Kerkfabriek overgaan tot de aankoop van een orgel. De kostprijs was ongeveer 15000, - Fr.

Pastoor Stanislas Vervoort verzamelde de helft van het bedrag in bij partikulieren.  De Kerkfabriek vroeg de andere helft van het bedrag aan het gemeentebestuur als toelage. 

Op 8 maart 1906 gaf de gemeenteraad eenparig goedkeuring aan de beraadslaging van de Kerkfabriek van 7 januari 1906, om een nieuw kerkorgel te bestellen bij de heer Jozef Joris uit Zichem, tegen de opgegeven prijs van 14500,- Fr.  ( zijnde 11500,-Fr. voor het orgel en 3000,-Fr. voor de kast).

Het gemeentebestuur verleende de gevraagde 7500,-Fr. tussenkomst. Het overschot van 500,-Fr. mocht gebruikt worden voor expertisekosten, nazicht en inhuldiging. 

In april 1912 werd een installatie aangebracht om het orgel elektrisch aan te blazen.(elektrisch bediende blaasbalg). Aannemer was de Hr. Marc Preiswerk uit Brussel voor de prijs van 747,50 Fr. Onze kerk had een orgel met drie klavieren en pedaal, gebouwd volgens een romantisch concept.  

Na tachtig jaar, in 1985 ontstond het idee om het orgel een grondige herstelbeurt te geven. Luc Van de Wouwer was toen onze Pastoor.

De tractuur van ons orgel was pneumatisch, d.w.z. dat de verbinding tussen toetsen en pijpen moest gebeuren door middel van luchtdruk. De lucht werd via loden buisjes van de toetsen naar de pijpen gebracht.

In de loop der tijden zijn vele van die loden buisjes in verval geraakt, waardoor de tractuur niet meer functioneerde zoals het hoorde. Zo werd de tijd tussen het indrukken van een toets en het horen van de bijhorende toon te lang, waardoor men een “lui” orgel kreeg. Hieraan moest verholpen worden en de idee ontstond om het orgel een grondige herstelbeurt te laten geven.

Er werd een orgelcomité opgericht, en verschillende firma’s gecontacteerd. E. Hr. Pastoor vroeg advies aan E. Hr. Kan. Joris, directeur van het Lemmensinstituut en organist.

Deze laatste vond het zeker de moeite waard om het orgel te laten herstellen. Zo werd na enkele vergaderingen de firma Aerts en Castrel uit Duffel door de Kerkfabriek aangewezen om de werken uit te voeren. De tractuur moest vervangen worden door een elektronische en hiervoor moest een nieuwe speeltafel gebouwd worden. Dus de loden buisjes verdwenen en een leger van elektromagneten rukte aan. Het pedaal van het oude orgel evenals de orgelbank werden behouden. Door de nieuwe tractuur ontstond dus een directe respons toets – klank. Ook enkele kleine herstellingen zoals het dichten van windverlies werden tegelijkertijd uitgevoerd. Ondertussen werkten enkele vrijwilligers onder leiding van Guido Vranken en Damiaan Vermeulen aan het oppoetsen van de orgelkast, opfrissen van het hoogzaal en het aanbrengen van bijkomende verlichting. 

Op 14 september 1985 werd het orgel ingespeeld. Willem Van de Weerd was toen koster, organist-titularis. 

DISPOSITIE (registerverdeling) van het orgel – oorspronkelijk 1905 –firma Joris  Zichem

Restauratie firma Aerts en Castrel  1985.

Oorspronkelijk was het instrument pneumatisch, na de restauratie elektro- pneumatisch.

 

Hoofdwerk ( I )                        Positief  ( II )                             Reciet  ( III )

 

Bourdon 16 ‘                           Cor de nuit  8’                          Bourdon  16’

Montre   16’                            Hohlflöte  8’                              Bourdon  8’

Cor de nuit  8’                         Principal  8’                               Salicionaal 8’

Montre  8’                                Fugara  8’                                  Voix Celeste  8’

Flute Harmonique  8’            Melophon 4’                             Flute echo 4’

Violon 8’                                   Flageolet 2’                               Octavin 2’

Prestant 4’                               Clarinette 8’                              Piccolo 1’

Doublette 2’                                                                               Trompette harmonique 8’

Fourniture 2’ 3’ 4’

Bombarde 16’                                                                           Basson/Hautbois 8’

Trompette 8’                                                                             Voix Humaine 8’

 

Pedaal

 

Contrabasse 16’                          koppels: I + II        Ped + I

Sousbasse 16’                                            I + III      Ped + II

Flute basse 8’                                            II + III     Ped + III

Bombardon 16’

Tubasson 8’

 

Tractuur is de overbrenging van de toets naar de pijp. Het is het systeem waardoor een pijp tot klinken wordt gebracht. Romantisch concept: er bestaan 2 concepten waarrond men een orgel kan bouwen. Het barok concept: de pijpen zijn smal waardoor ze scherper klinken. Dit systeem is ideaal voor barokcomponisten zoals Bach, Händel, enz. Bij het romantisch concept zijn de pijpen breder waardoor ze doffer klinken. Dit systeem is ideaal voor componisten zoals Mendelssohn, Franck, enz. Zo krijgt in feite elk orgel een eigen specifieke klankkleur.

Maar de problemen aan het orgel waren daarmee niet van de baan. Eind jaren ’90 doken er nieuwe problemen op. Het orgelcomité bleef actief en ook het kerkkoor bleef ijveren voor de verbetering van hun instrument. Hierbij mag zeker Eugène Hendrickx niet vergeten worden maar daar kom ik volgende keer nog op terug wanneer we het over de zang gaan hebben. Intussen was Fons Houtmeyers onze Pastoor geworden maar ook hij trok zich samen met de kerkfabriek de orgelproblematiek aan. Orgelbouwers werden gecontacteerd en verschillende van hen stelden voor om het orgel gewoon door een nieuw te vervangen. Kostprijzen van tien miljoen franken en meer in die tijd circuleerden. Deze bedragen waren natuurlijk veel te hoog voor onze financiële mogelijkheden. Maar op 22 februari 1999 kreeg de Kerkfabriek van de firma Nijsse en zoon uit Oud-Sabbinge in Nederland de volgende offerte.

Ik citeer:

 

Geacht bestuur,

 

Woensdag 17 februari zijn wij bij uw orgel geweest om het grondig te inspecteren en te beluisteren. Het orgel is gemaakt aan het begin van deze eeuw en is een waardevol instrument, maar helaas verwaarloosd. Er is veel stof en vuil in het orgel gekomen en verschillende onderdelen moeten vernieuwd worden. Jammer genoeg is het onderhoud niet altijd even grondig uitgevoerd.

Wij bieden u een offerte aan met een duidelijke omschrijving van de werken die uitgevoerd dienen te worden.

 

De Windladen: Uw orgel heeft 4 windladen: voor elk klavier één windlade en één voor het pedaal. Op de windladen staan bijna alle pijpen van het orgel, in totaal ongeveer 1700 stuks. De restauratie doen wij in twee fasen: eerst de orgelkast met alle toebehoren direct naast de speeltafel en daarna de andere kast. Wij beginnen met de pijpen van twee windladen te halen en deze worden opgeborgen op de orgelzolder. Daarna maken wij alles stofvrij: windladen en orgelkast, en kunnen dan aan de restauratie van de windladen beginnen. Onder elke pijp is een zogenaamd membraam aangebracht: dat is een luchtzakje van hertenleer. Deze membraam wordt vol met lucht geblazen als men de corresponderende toets indrukt. De huidige membramen zijn zeker 50 jaar oud, poreus en verhard. Daardoor reageren ze traag op de toetsen en is uw orgel op dit moment niet geschikt voor snellere passages.De membramen zijn op zogenaamde membraam latten gelijmd. Deze latten worden van nieuw afsluitvilt voorzien en van nieuwe schroeven. De membramen tillen op hun beurt een kegel op:

dat is een klepje dat de lucht toelaat naar de pijpen. De afstelling van de kegels wordt weer in orde gemaakt en waar nodig worden nieuw vilt en leer aangebracht. Ook de grote register membramen worden vernieuwd. De pijpstokken worden losgeschroefd en overal komt nieuw afsluitvilt. Elke lekkage is dan verleden tijd.

 

Al het houtwerk van de windladen, orgelkast en windvoorziening behandelen wij met

Conserduc. Dit is een houtwormbestrijdingsmiddel. Op enkele plaatsen is een klein begin van houtworm. Als de orgelkast leeg is, kan alles goed bereikt worden. U moet deze behandeling meer zien als een preventieve behandeling.

 

Het Recit is nog niet zo lang geleden schoongemaakt. Toch halen wij alle pijpen van de windlade af, want aan de pijpstokken moet nieuw afsluitvilt worden aangebracht. Ook de membramen moeten vernieuwd worden, want dat is nog niet overal gebeurd.

Het mechanisme tussen de zwelkast en het zwelpedaal in de speeltafel is niet in orde.

Uiteraard maken wij alles weer zoals het hoort.

 

De windvoorziening:

Vanaf de windmachine wordt de lucht door houten kanalen naar de balgen en windladen gevoerd. Tussen de verschillende verbindingen is leer aangebracht. Dit leer is totaal verdroogd en verhard en sluit niet meer af. Overal wordt het leer vernieuwd en de regulatoren krijgen nieuw afsluitleer.

 

Het pijpwerk:

Daarna gaan wij pijp voor pijp voorzichtig schoonmaken en ronderen. Enkele pijpen zijn nu niet meer volledig rond en dat is ten nadele van de klank. Uw orgel bevat veel waardevol pijpwerk. Het pijpwerk verdient het zeker om weer in volle glorie te kunnen spelen.

 

Uw orgel bevat in totaal 108 houten pijpen. Deze pijpen zijn aan de bovenzijde afgesloten door middel van een zogenaamde “stop”. Dat is een plankje met leer omwikkeld waarmee men de pijp de juiste hoogte geeft. Dit leer is ook versleten.

 

Wij nemen de houten pijpen mee naar onze werkplaats en verwijderen al het oude leer.

In plaats van één laagje leer brengen wij vilt en leer aan. Op die manier is er enige rek in de afsluiting en is er ook bij erg vochtige of erg droge perioden een goede afsluiting.

Wanneer er maar één laagje leer is en het hout krimpt wat, sluit de stop niet goed af. Er is dan een hinderlijke ontstemming.

 

Ook zijn er zes registers die ‘gedekte’ metalen pijpen hebben. Deze pijpen zijn aan de bovenzijde afgesloten met een deksel. Tussen de pijp en het deksel is papier aangebracht voor een goede afsluiting. Het nadeel van papier is dat het krimpt bij droge perioden. Er komt dan te veel ruimte tussen de pijp en het deksel. Het deksel zal spontaan naar beneden zakken.

Het gevolg is ook hier een hinderlijke ontstemming.

 

Deze “gedekte” metalen pijpen gaan ook mee naar de werkplaats. Het papier wordt verwijderd en hiervoor in de plaats komt vilt. Dit is niet gevoelig voor klimatologische verschillen. De stemming zal dan veel strakker blijven.

 

Zes registers zijn “tongwerken”. Hier ontstaat de toon door middel van het trillen van een koperen tong. Orgels uit de bouwperiode van uw orgel hebben meestal schitterende tongwerken. Zo ook uw orgel ! Alle tongwerkpijpen halen wij uit elkaar en maken alles schoon. Het koperwerk wordt van oxydatie ontdaan. Op die manier zullen deze pijpen weer een prachtige en gloedvolle toon voortbrengen.

 

Elke pijp krijgt dan weer zijn eigen specifieke klankkleur, aanspraak en volume. Dat noemt men intoneren. Ook de verschillende registercombinaties moeten goed klinken en het orgel moet één groot muzikaal ensemble zijn.

 

Als de ene windlade klaar is, gaan wij met de volgende beginnen; het orgel is dus hoogstwaarschijnlijk elk weekend te gebruiken. De totale restauratie zal ongeveer vier maanden in beslag nemen.

 

De speeltafel:

Deze is recentelijk vernieuwd en functioneert gewoon goed. Uiteraard controleren wij alle contacten en regelen alle toetsen uit. Op die manier kunnen er zich geen vervelende hangers meer voordoen. Ook de magneten onderaan de windladen functioneren goed. Ze worden wel op de juiste manier afgesteld.

 

Dit voorstel oogstte algemene bijval. Vooral omdat het ook financieel haalbaar bleek.

Het werd uitgevoerd  gespreid over drie jaar: 1999, 2000 en 2001 voor een kostprijs van ongeveer 1000000, - Fr.

Wij bedongen ook een garantieperiode van 15 jaar. Tijdens de garantieperiode zal de orgelbouwer ook het orgel stemmen en onderhouden, tenminste één maal per kalenderjaar.

 

En nu mogen wij dus terecht fier zijn op ons kerkinstrument.

Gedurende de voorbije jaren kenden wij de volgende organisten:

F. De Roeck, A. Baute, R. Van den Ende, W. Van de Weerd, M. Roodhooft, F. Vermeulen en Ann Van Vlimmeren.

En volgende week hebben we het dan over wie er rond staat ! ?

  

Ward Wené.  december 2009

 

 

Wij hebben niet alleen een prachtig kerkinstrument, ons orgel, maar ook een zeer degelijk koor.

 

SINT - CECILIAKOOR, PAROCHIAAL ZANGKOOR SINT - ROCHUS, KERKKOOR SINT - ROCHUS

 

Drie vlaggen die dezelfde lading dekken !

 

Oorspronkelijk was het Sint – Ceciliakoor een mannenkoor, zoals dat in de eerste periode van onze parochie in een kerk gebruikelijk was. Het kon bogen op een lange traditie van hoogstaande uitvoeringen. Meestal was het toen ook de taak van een van de onderpastoors om zich over het kerkkoor te ontfermen. In onze parochie heeft onderpastoor Frans Vanderstighelen ( ° 1920 - + 1990 ) die van 1946 tot 1957 in onze parochie werkzaam was zich ook enthousiast ingezet voor het koor.

 

Op zijn afscheidsprentje lezen we: 

Zijn priesterleven was omgeven door een groot verlangen naar schoonheid, kunst en religie als een binding van de hemel met de aarde. Hij heeft heel vaak psalm 19 doen zingen: “ U zingt mijn ziel op blijde toon, mijn God, Gij zijt oneindig schoon. “

 

Als dirigent mogen we zeker ook niet Fred De Houwer vergeten.

In de vijftiger jaren was de naam gewijzigd tot Parochiaal Zangkoor Sint – Rochus.

 

Op een kaartje in Fik Marissens zijn archief vond ik de volgende samenstelling van het koor. 

Voorzitter :Eug. Hendrickx

Dirigent: Jef Selen

Secretaris: Jan Meukens

Organist: Roger Van den Ende

Leden : Herman De Ridder, Jos Delhaye, Jos Jacobs, Fik Marissens, Selen Henri, Selen Jan, …Van Baarle, Jan Van Baarle, Jos Van Doren, Jan Van de Rydt, A. Van den Bogaert, John Van Geel, Damiaan Vermeulen, Stan Vranken.

 

Mannenstemmen zoeken is en was voor een koor steeds een moeilijke opdracht. En ook de actieve intrede van de vrouw in de kerk zorgde ervoor dat het koor evolueerde van een mannenkoor naar een vierstemmig gemengd koor.

 

Alle voorbije jaren en ook nu nog werd en wordt het koor geprezen voor zijn kwaliteitsvolle uitvoeringen tijdens de eucharistievieringen en vooral bij het opluisteren van de kerkelijke en andere hoog – en feestdagen.

Hierbij mogen we zeker niet de inbreng van de dirigenten Jef Selen, Gina De Vleeschouwer en Tony De Ruijter vergeten.  

 

Weinig gelijkaardige koren zullen een repertorium kunnen voorleggen als het onze: Een twintigtal verschillende missen

een greep er uit:

Deutsche Messe van Frans Schubert,

Nederlandse hoogmis en Feestmis van Jos Mertens,

Messe – J. Rheinberger opus 126 B,

Missa Brevis van W.A. Mozart,

Gregoriaanse VIII ste mis,

Messe de Minuit van M. A. Charpentier,

Missa in Gdur: In honorum St. Caroli Borromaei van Max Filke,

Missa Brevis St. Joannis de Deo van Joseph Haydn,

Pastoralmesse in G opus 24 van Karl Kempter, enz…

 

Ook een enorm aanbod van vocale koorwerken zoals:

Ave Maria van J. Arcadelt, Alta trinita beata (16 de eeuw),

Ave verum van Mozart,

Jesu bleibet meine freude van J.S. Bach,

Anthem uit Jonathan Livingston seagull van Niel Diamond,

Koralen 3,16, 38, 63 uit de Matheuspassion van J.S.Bach,

Hallelulia uit the Messiah van G.F. Händel,

Laudate dominum van W.A. Mozart,

Dank sei dir, Herr van G.F. Händel,

Nun danket alle Gott van J.Pachelbel,

Tollite Hostias van C. Saint-Saens,

For the beauty of the earth van J. Rutter, enz…

 

En een waaier aan kerstliederen uit vele verschillende landen…

 

Het koor is ook altijd heel nauw betrokken geweest bij de evolutie van de werken aan het kerkorgel. Er werd mee gepland, daadwerkelijk geholpen maar ook werd er een steentje bijgedragen voor het verzamelen van de nodige fondsen. Dit alles onder de bezielende leiding van hun voorzitter Eugenè Hendrickx.  

 

Etentjes werden ingericht, maar vooral ook de POSTLUDIUM CONCERTEN waar koor, dirigent en organist Willem Van de Weerd de grote bezielers van waren. Van 1987 tot 1994 werd er om de veertien dagen een concertje georganiseerd na de hoogmis van 10u30 tot 11 uur. Dit wil zeggen meer dan 100 concerten..!! De inkom was gratis, heel veel mensen werkten gratis mee, maar de opbrengst van het mandje diende mee om de restauratie van het orgel te financieren.

 

Ik doe een greep uit de vele medewerkers, deze lijst is niet volledig, maar geeft wel een beeld:

Phalesius Consort o.l.v. Juul Strijckers,

Martine Rabaery,

Frieda Jeurissen,

Frieda Vermeulen,

Karl De Maeyer,

Martine De Craene,

Gilbert De Greeve,

Sandra Meyvisch,

Godelieve Dandois,

Sint – Ceciliakoor uit Lint,

koor Freya o.l.v. Lieve Jansen,

The Private consort,

Annemie Delputte,

Frans De Swert,

Jos Smets,

Alexander Bratkovsky,

Het kamerkoor Cantabile, Paul Goddé,

Vevadeja o.l.v. Griet De Meulder, enz…

en natuurlijk Willem Van de Weerd en het koor.

Er werden twee Lenteconcerten ingericht:

op vrijdag 25 maart 1994 met medewerking van Martine De Craene, sopraan en Gilbert De Greeve, pianist.

op vrijdag 27 maart 1998 met medewerking van het vocaal en instrumentaal ensemble Sanssouci  o.l.v. Sonja Moortgat.

 

Twee andere onvergeeflijke Lenteconcerten waren de concerten in 1990 en 1992 ten voordele van de Kindertehuizen van Moeder Teresa in Indië. Gekoppeld aan andere activiteiten als etentje, sponsortochten, stickerverkoop in verschillende scholen en steun van onze parochie en Pius X, de jumping van Zandhoven en tal van andere initiatieven groeiden deze vastenacties uit tot enorme successen. Een jaar bereikten we zelfs een opbrengst van 5OOOOO,-Fr.

Via de Vreugdezaaiers bereikten de gelden Indië. En zelf hebben we ook heel wat pakken gestuurd met praktische zaken voor de kinderen welke de zusters ginder moeilijk konden krijgen. 

 

In de jaren ’80 en ’90 was het koor een zeer geliefde medewerker aan de gekende TIB – concerten in onze kerk.

Aan al deze concerten heeft het koor zijn medewerking verleend. Als organisator heb ik hieraan natuurlijk speciale herinneringen. Ik herinner me nog heel goed het allereerste concert. Buiten ons koor verleenden ook het koor Uyt Jonsten Versaemt  uit Schilde o.l.v. Jos Jacobs, De harmonie De Vriendenkring uit Berchem o.l.v. Wilfried Jacobs,  een strijkersensemble en het Antwerps Thebaans Kwartet en de soliste Jeanine Lambrechts hun medewerking.

 

Voor het eerst was er een groot podium opgebouwd achteraan in de kerk met trappen bijna tot aan het hoogzaal.

 

Het slotstuk was een suite uit de Many Moods of Christmas van J. Bennett, een Amerikaans arrangement van bekende kerstliederen voor uitgebreid orkest en koor. Jos Joris leerde ze aan en dirigeerde.

Het was de start van een wonderbaarlijke succesreeks, steeds een bomvolle kerk en sterk variërende programma’s en uitvoerders.

Kerstliederen in alle mogelijke uitvoeringen, gekende klassieke vocale en instrumentale werken, de Gloria van Vivaldi tot een programma van gekende opera aria’s en koren kwamen aan bod.

Enkele uitvoerders: het koperkwintet van Theo Mertens, muzikanten van het Philharmonisch orkest van Vlaanderen o.l.v. Jack Ooms, het Vlaams Symfonisch orkest o.l.v. Michaël Scheck, Frans Van Eetvelt, Karin De Clerck, enz…

 

Als we het over muziek in onze kerk hebben mogen we zeker in de tachtiger en negentiger jaren het ensemble van de JONGERENKERK niet vergeten. Fred Sels was toen onderpastoor en Coleta De Cock stimuleerde een groep jongeren om met instrumenten en zang de mis van 11u30 een eigen karakter te geven. Zij zorgden ook voor aangepaste teksten bij deze vieringen.

 

En dan haddenn we nog een koor onder leiding van Margriet Cambré het welke al jaren de zang verzorgde tijdens de uitvaartliturgie.

 

Bij het schrijven van dit alles komen mijn gedachten natuurlijk terug bij Eugène die mij zoveel steun heeft gegeven bij het inrichten van de moeder Teresa concerten, de TIB –concerten, samen coördineerden we ook de viering van 100 jaar parochie. Eugène Hendrickx, onvergetelijk voor onze parochie! 

 

Ik wil het toch wel eens even hier over de familie Hendrickx hebben.

Feitelijk heeft van begin af aan de familie Hendrickx zich zeer sterk mee ingezet voor de bloei van onze parochie, H.Pius X en vooral van het koor.

 

Een familie van vuurwerkmakers

In 1890 bracht Edmond Eugène Hendrickx zijn kunstvuurwerkmakerij over van Antwerpen naar de toen namige wijk Exterlaar. Een werkhuis voor het beoefenen van een zeer zeldzaam beroep kwam in onze parochie. In 1896 was het bedrijf inzake tewerkstelling de belangrijkste Deurnese onderneming.

In november 1935 werd Jos Hendrickx lid van de Kerkfabriek van Sint – Rochus. Hij was jaren de schatbewaarder.

Drie zonen, Jos, Eugène en Guy stapten mee de zaak in en bouwden ze  uit tot een van de meest gerenommeerde vuurwerkbedrijven. Steeds waren zij zeer gastvrij en gul voor parochiële activiteiten. Hoffeesten gingen door in hun hovingen, vergaderingen en andere bijeenkomsten in de refter van het bedrijf. En welke andere parochie heeft zo van vuurwerk kunnen genieten als de onze; bij intredens van pastoors, zelf herinner ik mij als kind nog het vuurwerk op het Fortje bij de intrede van Pastoor Raes, bij het Sint- Rochusspel in de school en bij de viering van het honderdjarig bestaan van de parochie. Jos, Eugène en Guy hielden in de periode van pastoor Van der Auwera de bodega open op de Silsburgse Hoffeesten. Maar vooral was er een grote betrokkenheid bij het koor. De familie Hendrickx leverden vele mannen en vrouwen stemmen. Eugène was heel veel jaren voorzitter van het koor, stuwende kracht voor de restauratie van het orgel. En dan Eugène zijn steun en inzet voor zo vele ander activiteiten waarvan ik ook hierboven al enige vernoemde. Film en muziek betekenden heel veel zijn leven. Op 25 maart 2000 is hij van ons heen gegaan.

En ik wil nog even citeren naar het afscheidsprentje:

 

Eugène,

Je muziek is gestopt, het boeket gedoofd,

de kleurensterretjes zachtjes uitgegaan,

nu vind je eindelijk rust,

zo ben je van ons weggegaan

 

65 jaar, veel te vroeg, maar onvergetelijk.

 

Voor mij zelf is toch wel heel de actie voor de kindertehuizen van moeder Teresa in Indië de mooiste herinnering aan al het gene dat we samen gedaan hebben. Het slot van het eerste concert is onvergetelijk, het ongelooflijke resultaat, de geprojecteerde beelden op het reuze scherm achter het altaar: de kinderen, moeder Teresa, de belichting; blauwe achtergrond, palmpjes en straaltjes, en terwijl de uitvoering van We are the World van L. Richie.  

Eugène is geboren op Kerstmis, daarom kunnen we hem ook niet beter gedenken dan in deze tijd, en blijft de tekst van L. Richie voor mij zo toepasselijk. Sta op en zoek een medemens die droomt, een mens die in dezelfde droom gelooft.

Want samen groeien bomen uit, tot een levenswekkend woud en de aarde vindt haar vrede weer.

Zo lang een mens nog droomt van vrede, en dag na dag in woord en daad voor deze droom wil leven,

zolang is er nog hoop, dat deze wereld groeit, tot een plaats waar ieder mens zich veilig voelt.

 

Geschreven met heel veel plezier, enorme herinneringen, respect en genegenheid.

Ward Wené. december 2009

gallery/orgel