Stanislas Vervoort

 

Eindelijk een eigen pastor...


Op 25 juni 1888 werd kapelaan Stanislas Vervoort plechtig ingehuldigd en door Deken De Roover aangesteld als pastoor van de nieuwe parochie.

Er werd een kerkraad samengesteld met als leden de heren Paul Cogels, Emmanuel De Browne de Tiége, Petrus Peeters, Jozef Stevens en Louis Somers. Er was nu wel een parochie, maar nu moest er ook voor scholen worden gezorgd. Daarvoor moesten de kinderen nog altijd naar Deurne-Noord.

De pastoor vraagt het gemeentebestuur om scholen. Het gemeentebestuur wilde aanvraag wel in overweging nemen, maar weet gewoon niet waar die scholen dan wel moeten komen. Omdat bijna heel de parochie onder de militaire erfdienstbaarheden valt, mag er niet in steen worden gebouwd.

De militaire overheid heeft een aanvraag in die zin reeds eerder verworpen. Maar de pastoor blijft aandringen. Eindelijk krijgt hij het gedaan van de gemeentelijke overheid, dat er een jongensschool in hout mag komen in de St-Rochusstraat, tussen de Herentalsebaan en het Eksterlaar. Pastoor Vervoort wil ook een meisjesschool. Hij gaat daarvoor naar de Zusters van Vorselaar. De Zusters zijn bereid een school te bouwen in Deurne-Zuid, op voorwaarde dat ze daarbij financiële steun krijgen. De pastoor belooft die steun en gaat daarop naar brouwer Florent De Preter in het gehucht Silsburg. Deze heeft bouwgrond langs de Herentalsebaan, die juist buiten de militaire erfdienstbaarheden valt. De brouwer staat die grond af en de Zusters beginnen onmiddellijk te bouwen.

Een eigen kerk, maar de toren is te hoog...

De bevolking van de St-Rochusparochie groeit voortdurend aan en weldra is de houten kapel te klein. Pastoor Vervoort wil een grote, stenen kerk. De kerkfabriek vindt niet zo vlug een geschikte bouwgrond voor de nieuwe kerk en verzoekt de toenmalige Aartsbisschop, Monseigneur Goosens, de toestand ter plaatse te komen onderzoeken. Aartsbisschop Goosens komt naar Deurne-Zuid en wijst de plaats aan van de huidige kerk, aan de St-Rochusstraat. De kerkfabriek koopt de grond, die 80 meter diep en 60 meter breed is en eigendom van Albert Van Havre, voor de prijs van 50 centiemen per vierkante meter. De kerkfabriek laat de plannen voor een kerk en een pastorie opmaken door Lode Baekelmans, bouwmeester te Antwerpen.

Het gemeentebestuur van Deurne keurt de plannen voorlopig goed, maar voegt er de opmerking aan toe, dat de miltaire overheden toch zullen weigeren. De militaire overheden geven inderdaad geen toelating om in steen te bouwen. Pastoor Vervoort begeeft zich op een gegeven moment zelfs persoonlijk naar de Minister van Oorlog en ook de kerkfabriek blijft aandringen, maar zonder resultaat.

Na een jaar wordt de aanvraag toch toegestaan, maar de kerktoren moet 1 meter lager worden dan oorspronkelijk voorzien was. De kerkfabriek geeft een aanbesteding uit. Het bestek loopt op tot 207.000 fr. De kerkfabriek moet en lening aangaan van 50.000 fr om het tekort in eigen kas aan te vullen.De laagste bieder bij de inschrijving is de heer Keyenbergs, aannemer te Schoten. De bouw van de kerk begint op 4 juni 1892.

Maar ondertussen heeft pastoor Vervoort nog steeds zijn pastorie niet. Hij blijft daarvoor aandringen in Brussel. Maar in 1892 komt er plots een Koninklijk Besluit dat alle erfdienstbaarheden afschaft, waardoor alle inwoners van de parochie in steen mogen bouwen, zonder dat ze daarvoor eerst een toelating moeten vragen. Ook voor de nieuwe pastorie is nu geen toelating meer nodig.

Op 1 juli 1893 was de stenen kerk voltooid. een deel van de meubilering, onder meer het hoge altaar en de twee zijaltaren, de biechtstoelen, de preekstoelen, de gewone stoelen en enkele glasramen werden geschonken door de familie van de pastoor. De rijke families in de parochie wilden niet onderdoen. Maar het waren toch vooral de gewone parochianen die zich niet onbetuigd lieten. Met inzamelingen en tombola kregen ze voldoende geld bijeen voor de klokken en het orgel, voor een kruis boven de communiebank en een beeld van de H. Rochus. Kardinaal Goosens wijdde de kerk op 14 oktober 1893.

Maar nu wilde pastoor Vervoort ook nog een kerkhof bij zijn kerk. Bij sterfgevallen moest men met de lijken nog steeds naar Deurne-Noord. Dat betekende grote onkosten voor het vervoer en men was er telkens een hele voormiddag mee kwijt. Eindelijk gaf de gemeenteraad ook daarvoor haar toelating. De kerkfabriek stond haar grond rond de kerk aan de gemeente af, tegen drie fr per vierkante meter. Maar het plein voor de kerk bleef eigendom van de kerkfabriek. De bomen die erop stonden had ze nog zelf geplaatst. Het gemeentebestuur breidde het kerkhof uit door nog een stuk akkergrond van Albert Van Havre bij te kopen.

De bevolking van de parochie bleef echter aangroeien, en in 1918 was de gemeente reeds verplicht het kerkhof te vergroten. Daarvoor kocht ze een stuk grond van koster De Roeck.

Was de pastoor nu tevreden? Vond hij zijn werk af? Welnee. Hij was al wat ouder geworden, maar toch had hij graag heel zijn kerk van binnen geschilderd gezien. Omdat hij zijn einde voelde naderen schreef hij zijn testament, waarin hij zijn erfgenamen verzocht altijd de kerkfabriek van St-Rochus te blijven steunen. Hij verplichtte ze ertoe na zijn dood de kerk vanbinnen te laten schilderen met olieverf, op hun kosten. Ook moesten ze de kerkfabriek alle kleine schulden kwijtschelden, die deze nog zou hebben.

In het jaar 1911 op 26 mei overleed zacht in de Heer, na eerst bediend te zijn van de H. Sacramenten, de eerste pastoor én stichter én weldoener van de St-Rochusparochie te Deurne-Zuid, Stanislas Vervoort. Hij werd begraven op het kerkhof, achter het hoog-koor.